naar beginpagina
Over toegankelijke laagdrempeligheid en de bitterheid van spruitjes - 18 oktober 2009

Over toegankelijke laagdrempeligheid en de bitterheid van spruitjes

door Ron Scherpenisse

Steeds vaker kom ik in de media de begrippen toegankelijk en laagdrempelig tegen. Het is zo veelvuldig te horen en te lezen dat ik bijna zou gaan vermoeden dat we het over een nieuwe stroming in de kunst hebben. Naast het expressionisme, impressionisme, kubisme en het abstract expressionisme hoor ik steeds vaker over de stroming toegankelijke en laagdrempelige kunst. Laagdrempelige en toegankelijke tentoonstellingen zijn ontstaan door het wegblijven van publiek. Door een kunstzinnige expositie wat te verluchten met deze zelfs in de kunstwereld hippe termen hopen de kunstenaar en de organisator van een tentoonstelling op meer en meer bezoekers. Bezoekers die door desinteresse nooit iets van kunst begrepen hebben en het doorgaans ook niet meer van plan zijn er ooit iets van te willen begrijpen. Van kunst genieten kun je leren, mensen die bang zijn dat leren weleens enige inspanning zou kunnen kosten, worden door het begrip toegankelijke laagdrempeligheid op hun wenken bediend. Maar is het erg om je ergens voor in te moeten spannen?

Als kind heb ik geleerd om spruitjes te eten, spruitjes eten moet je leren. Het lekker vinden van spruitjes kost dus enige inspanning, zowel van de ouders als van het kind. Gekookte spruitjes smaken een beetje bitter, iets wat je als kind niet lekker vindt. “Je mag pas van tafel als je bord leeg is” of “Geen spruitjes, geen toetje” was in die jaren de spierballentaal van menig opvoeder, tot een paar jaar geleden. Tegenwoordig hebben handige spruitjestelers en zakelijke supermarktketens een spruitje ontwikkeld dat niet meer zo bitter is van smaak. Je hoeft spruitjes niet per se meer traditioneel te koken, de groene bolletjes zijn tegenwoordig ook goed te roerbakken en naar eigen smaak te kruiden. Het eten van spruitjes is toegankelijk en laagdrempelig geworden. Hoe zal het in de kunst verlopen?

De nieuwe toegankelijke laagdrempeligheid in de kunst associeer ik met de gezelligheid van koekhappen of sjoelen. Het publiek moet vermaakt worden, anders wordt het als saai ervaren en komt men niet meer. De tentoonstellingsruimte moet bij voorkeur midden in de stad liggen, ergens tussen de Blokker en een filiaal van het Kruidvat. Je moet er alles aan doen om het ongeïnteresseerde publiek in aanraking te laten komen met kunst. Het kan niet lang meer duren of er komen tijdens vernissages een ballenbak en Fristi voor het allerkleinste publiek. Gratis Redbull voor de pubers en bingospelen of sjoelen voor de ouderen. Ter ere van de toegankelijke laagdrempeligheid zullen kunstenaars hun titels in minstens vier talen vertalen zodat het ook toegankelijk is voor de mogelijke allochtone geïnteresseerden. Speurtochten uitstippelen en kleurplaten uitreiken van het laagdrempelige werk. Moet alles in het werk gesteld worden om bij de gemeentelijke subsidieverstrekker in een goed daglicht te komen? De gemeente is er voor iedereen en zo is het met kunst blijkbaar ook.

Genieten zullen we, hoe toegankelijk of laagdrempelig ook.

reactie
LOKKEN MET SPRUITJESLUCHT

Spruitjes eten, de nieuwe kunstvorm?

Gekker moet het niet worden! Eten moet je leren, hapje voor hapje. Grote brokken willen nog wel eens het verkeerde keelgat in schieten. Met sancties en geweld kinderen te dwingen dingen lekker te vinden leidt tot allerlei complexen op latere leeftijd. Wat is er mis te beginnen met friet appelmoes en knakworsten? Via boerenkool met Hemaworst gaat het ook stapje voor stapje in de richting van de sushi, oesters en kaviaar.

Wat is er mis met het verleiden en een goede toegankelijkheid?

Een drempeltje te ver voor de een en geen drempel te hoog voor de ander. Je hebt tenslotte hoge- en lage kunsten en de daarbij behorende drempels. Soms worden ze verhoogd met vloedplanken om de overvloed te keren. De gedachte dat je kunst kunt waarderen op grond van de drempelhoogte is niet juist. Het is de toegankelijkheid die maakt dat kunstminnende rolstoelers en rollatorwandelaars zich welkom voelen, dan tellen een twee of drie traptreden of een verveloze gesloten deur en een dichtgetimmerd aangepast toilet ook mee.

Bijdehandtekunst

Op zich is er niets mis met richtingaanwijzers die je op weg helpen. "Niet hier maar daar", maar hoever is daar dan als je net hier bent? Soms wel heel ver weg. De veronderstelling dat je kunstkijkers, onder het motto “Wat je ver haalt is lekkerder” eerder verleidt door de uithoeken van ons land uit te kiezen als podium lijkt me ver gezocht. Dan wordt even een kunstje flikken of pikken een ware kruistocht, de kunstwandeling is zo ontstaan. Geef mij maar bijdehandtekunst (bestaat dit woord?) Niets is makkelijker dan kunst onder handbereik. Niks hoog of laag maar gewoon op reikhoogte en zichthoogte. Je moet kunst zien om er naar te kunnen kijken en begrijpen. Driehoog achter of op de garagezolder worden natuurlijk de meest boeiende werken "in stock" gehouden voor betere tijden en geoefende kijkers maar erg toegankelijk is dit niet.

Kunst als amusementvorm

Kunst moet je beleven, de levenskunstenaars weten er alles van. Je kunt er niet jong genoeg mee beginnen. Vroeg geleerd, oud gedaan. Zo'n bak vol kleurige ballen werkt uitstekend als zoethouder om kinderen in te parkeren en de ouders of verzorgers de kunst tot zicht te laten nemen. Niks mis met zo'n ballenbak. Wie weet wat voor ballen er later uit voort komen? Altijd rekening met je doelgroep blijven houden.

Misschien is een kunsttraject langs drogisterijen, phoneshops en vooral brillenwinkels inderdaad de manier om de ongeoefende kijker een betere kijk te geven op de hedendaagse kunst. De Amadeus-Kruidvat-CD's, verzamelde werken van grote schrijvers en gesigneerde kunst lopen uitstekend. Het zou maar zo kunnen zijn dat kunst vooral toegankelijker wordt als het ook makkelijker haalbaar en betaalbaar is. Kunst en sociëteit met pils, rood, wit en knabbelnootjes alleen is niet genoeg om de verstokte cultuurbarbaren op de been te brengen. Zelfs de Arsisleden moeten met uitgebreide maaitijden en aanvullende optredens van amateurconferenciers gelokt worden.

Leuren met kunst hoeft niet. Smaak ontwikkelen en leren waarderen dat is waar het om draait . Is lokken met spruitjeslucht de oplossing? Kunst en cultuur hoort thuis op het juiste niveau, centraal in de samenleving waar alles om draait maar waarschuw wel voor het opstapje.

Hendrik Boot

19 oktober 2009

 

<terug ^begin pagina