Over toegankelijke laagdrempeligheid en de bitterheid van spruitjes
Steeds vaker kom ik in de media de begrippen toegankelijk en laagdrempelig tegen. Het is zo veelvuldig te horen en te lezen dat ik bijna zou gaan vermoeden dat we het over een nieuwe stroming in de kunst hebben. Naast het expressionisme, impressionisme, kubisme en het abstract expressionisme hoor ik steeds vaker over de stroming toegankelijke en laagdrempelige kunst. Laagdrempelige en toegankelijke tentoonstellingen zijn ontstaan door het wegblijven van publiek. Door een kunstzinnige expositie wat te verluchten met deze zelfs in de kunstwereld hippe termen hopen de kunstenaar en de organisator van een tentoonstelling op meer en meer bezoekers. Bezoekers die door desinteresse nooit iets van kunst begrepen hebben en het doorgaans ook niet meer van plan zijn er ooit iets van te willen begrijpen. Van kunst genieten kun je leren, mensen die bang zijn dat leren weleens enige inspanning zou kunnen kosten, worden door het begrip toegankelijke laagdrempeligheid op hun wenken bediend. Maar is het erg om je ergens voor in te moeten spannen? Als kind heb ik geleerd om spruitjes te eten, spruitjes eten moet je leren. Het lekker vinden van spruitjes kost dus enige inspanning, zowel van de ouders als van het kind. Gekookte spruitjes smaken een beetje bitter, iets wat je als kind niet lekker vindt. “Je mag pas van tafel als je bord leeg is” of “Geen spruitjes, geen toetje” was in die jaren de spierballentaal van menig opvoeder, tot een paar jaar geleden. Tegenwoordig hebben handige spruitjestelers en zakelijke supermarktketens een spruitje ontwikkeld dat niet meer zo bitter is van smaak. Je hoeft spruitjes niet per se meer traditioneel te koken, de groene bolletjes zijn tegenwoordig ook goed te roerbakken en naar eigen smaak te kruiden. Het eten van spruitjes is toegankelijk en laagdrempelig geworden. Hoe zal het in de kunst verlopen? De nieuwe toegankelijke laagdrempeligheid in de kunst associeer ik met de gezelligheid van koekhappen of sjoelen. Het publiek moet vermaakt worden, anders wordt het als saai ervaren en komt men niet meer. De tentoonstellingsruimte moet bij voorkeur midden in de stad liggen, ergens tussen de Blokker en een filiaal van het Kruidvat. Je moet er alles aan doen om het ongeïnteresseerde publiek in aanraking te laten komen met kunst. Het kan niet lang meer duren of er komen tijdens vernissages een ballenbak en Fristi voor het allerkleinste publiek. Gratis Redbull voor de pubers en bingospelen of sjoelen voor de ouderen. Ter ere van de toegankelijke laagdrempeligheid zullen kunstenaars hun titels in minstens vier talen vertalen zodat het ook toegankelijk is voor de mogelijke allochtone geïnteresseerden. Speurtochten uitstippelen en kleurplaten uitreiken van het laagdrempelige werk. Moet alles in het werk gesteld worden om bij de gemeentelijke subsidieverstrekker in een goed daglicht te komen? De gemeente is er voor iedereen en zo is het met kunst blijkbaar ook. Genieten zullen we, hoe toegankelijk of laagdrempelig ook.
|