Verslag uit The Big Apple
door Dees Goosen
Yes we can...
Onverwachts doet zich een kansje voor, Jos - manlief - moet een lange vliegtuigklus klaren voor Fokker in Mexico City. Snel zijn baas gebeld met de vraag of er op de heenvlucht een stopover gemaakt kan worden in New York. Via internet en met de vergaarde KLM-spaarpunten, kost het nog 62 euro om mee te vliegen tot NY, en om alleen terug te reizen via een omweggetje over Dublin. Ik kijk in mijn agenda opdrachten, afspraken en data na, en het zou met wat geschuif nèt kunnen... Via internet ook een goed, leuk, betaalbaar guesthouse gevonden in Lower Manhattan, letterlijk om de hoek van Moosje, onze dochter, die daar met Melvin haar partner in een piekfijn maar piepklein appartementje woont. De één schrijfster de ander beeldend kunstenaar, jong en veelbelovend en uitgezonden door Nederland.
De middag voor vertrek geef ik nog aan alle Bergse gemeenteambtenaren van Cultuur en Economie een actieve kunstfilosofische workshop met betrekking tot Creative Industry in Bergen op Zoom in de Verbeke Foundation in België, en het wordt een race tegen de klok, maar dan ben ik wel in the Big Apple!
Oudhollandse gevels
Het blok waar we vertoeven en Moosje en Melvin ook wonen (het oude New Amsterdam) is vier blokjes van Ground Zero, een immense put waar eens de Twin Towers stonden, en twee blokjes van Wall Street. En het is het Manhattan waar Nederlandse sporen en Oudhollandse gevels te vinden zijn. De wolkenkrabbers nemen in de nauwe straatjes in Lower Manhattan letterlijk het daglicht weg, maar het is indrukwekkend om via de Brooklynbridge eerst de skyline van New York te zien om vervolgens deze super blokkendoos binnen te rijden. Iedereen kent wel beelden van New York, van TV series, het NOS journaal of whatever, maar toch... in het écht is het er minder hectisch en dus relaxter.
Willem de Kooning en kosmopolitische verf uit een tube...
Om een rode draad te hebben in deze metropool en het maximale uit mijn korte vijfdaagse verblijf te halen, volg ik sporen van Willem de Kooning en duik daarmee in de tijd van het begin van de New Yorkse School en het Abstract Expressionisme. Vanzelf ook terechtkomend in de sporen van zijn mates en tijdgenoten zoals: Ashil Gorky, Jackson Pollock & Lee Krasner, Franz Kline, Motherwell, Rohtko, Newman, Stuart Davis. 's Avonds eet ik met Moosje & Melvin en dat gaan we elke avond in een ander district doen en met de metro, zodat behalve Downtown en Uptown ook Greenwich Village-Soho, Brooklyn, China Town en Lower East Side bezocht worden. Weliswaar gebeurt dat in avondlicht maar aangezien alles tot diep in de avond open is, lijkt het me leuk om toch de sfeer van de andere districten ook te proeven.
Manifesteren in beelden
Willem de Kooning is een soort idool van mij... kun je het woord idool gebruiken in de beeldende kunst? Ik zal een jaar of negen geweest zijn, toen ik bij een tante in Amsterdam logeerde en zij mij meenam naar Het Stedelijk Museum. Hoewel ik nog een kind was, werd ik draaierig en opgewonden (het gevoel dat je hebt als je als kind voor het eerst van de hoge duikplank duikt) van de drie schilderijen die daar op zaal hingen van Willem de Kooning. Die drie schilderijen vielen binnen en hebben zich vastgezet op mijn netvlies en staan gegrift in mijn geheugen, maar deze ervaring heeft mij vooral al jong het gevoel gegeven dat je jezelf kunt manifesteren in beelden. Het kleurgebruik en de vette of juist afgeschraapte olieverf gaven mij als kind een gevoel van enorme blijde opwinding. En het heeft ook, zonder dat ik daar dan als kindje erg in had, richting en sturing gegeven. Ik ging aardbeien plukken en klusjes doen om mooie kleurdozen te kopen en waterverf en mooi papier. En veel belangrijker, komend uit een gezin met een Indische migrantengeschiedenis en getraumatiseerde ouders werd tekenen en schilderen mijn rustpunt en iets om voor te gáán, ik kon er mijn kinderwereld mooier mee maken, mijn gevoel in vastleggen maar ook vergeten, erin verdwijnen of vergeven. Ik kon er mezelf als het ware mee aankleuren... Als puber begreep ik wel dat het serieuze kunstenaarschap geen kinderspel was. Dat als kunst centraal in het leven staat, dit voelt als een roeping en dat ik niet alleen veel voor de ontwikkeling moest doen, (nog meer klusjes en zakgeld sparen voor een cursus op creatief centrum de Kraal) maar ook vooral dingen moest laten of zelfs opofferen.

Drive
En voor mij althans, was deze drive ook een reden dat ik als zestienjarige vertrok uit het ouderlijk huis, weg van het vertrouwde. Vanaf de dag dat ik vertrok heb ik voor mezelf gezorgd, en mijn geluk als kindje in aanraking te komen met schilderijen van Willem de Kooning heeft me op een of andere manier het perspectief geboden naar een voor mij geschikte (uit)weg: die van de beeldende kunst. Diezelfde drive heeft me altijd bij het schilderen gehouden, mét nachtwerk en scholing en een baby, zonder scholing en ochtend- en nachtbaantje, mét twee kleine kinderen, met zorg voor zieke familieleden, op reis wat er ook om mij heen gebeurde, schilderen en tekenen is mijn hoofdinvulling van elke dag.
Broedplaats
Nu ben ik dan in Manhattan en zwerf dagelijks “naar huis” over Broadway, de straat waar De Kooning woonde voordat hij zijn woonhuisatelier bouwde in Springs op Long Island. En waar hij zoals dit genoemd wordt zijn “lentes” ontwikkelde, de schilderijen “Pastorale” en “Rosy-Fingered Dawn at Louse Point”. Na een kort verblijf in een migrantenpension in Hoboken New Yersey heeft Willem de Kooning op de grens van Lower Manhatten en Greenwich Village, op de Twentysecond Street (Nu een galerie in de historische oude pakhuizen in galeriewijk Chelsea), vlakbij Union Square en later ook nog op de Tenth Street gewerkt en gewoond. Ik kan me inleven dat NY zeker in die tijd een broedplaats was van nieuwe ideeën, zelfs een nieuwe wereld. Nu nog steeds is het een stad die zichzelf steeds uitvindt in zwart wit, waar af en toe fel licht oplicht, een soort synthese van strakke rasters en bevrijding, wanorde en chaos tegelijkertijd, afstandelijk en uitzinnig. Het spannende aan NY is de boog tussen spanning en hoop, werk in uitvoering, en niet-aflatende menselijke inspanning, kosmopolitisch denken, soms met provinciale (conservatieve) trekjes. Verder de voelbare overtuiging dat culturen geen afgesloten grootheden zijn maar voortdurend in elkaar overvloeien. Ondanks het grote gat: Ground Zero.
Cowboy
Zwervend door de straten waar eens mijn idool werkte en woonde, voel ik mij een kosmopolitische cowboy in de stad vol melancholie die het New York van nú waarneemt. Het maakt me blij en het grijpt me, hier kan ik in mijzelf bij de woorden komen van Kwame Anthony Appiah (docent filosofie aan de Laurence Rockefeller University en Princeton University) en een vooruitstrevende cultuurfilosoof, en schrijver van het moreel manifest “Kosmopolitisme” (in Nederland uitgegeven door uitgeverij Bert Bakker). Vorig jaar was ik in de gelegenheid om een van zijn lezingen te kunnen volgen in Rotterdam. Appiah pleit voor een grotere rol voor kunst en literatuur in ons cultureel-maatschappelijk bewustzijn, en rekent af met stereotypen over “hét Westen en de rest”, “diversiteit”, “wij en zij”. Een pleidooi voor wederzijds respect en begrip tussen volkeren van de wereld. Zou dit alles het gevoel zijn, waardoor NY magnetische aantrekkingskracht behoudt voor kunstenaars, schrijvers ??
Woman I
In de MoMa, zoek ik het schilderij “Woman I” van de Kooning, veel schilderijen en sculpturen heb ik al een keer in het écht gezien, maar de “Woman I” wordt vandaag voor het eerst, jippie yah!!! Nog steeds - en gelukkig maar - kan ik “kinderlijk” verwonderd raken en gegrepen worden door een kunstwerk, en dat gebeurt! In maart 1953 werd “Woman I” voor het eerst geëxposeerd in de galerie van Sidney Janis, het schilderij werd getoond in de overzichtstentoonstelling The Woman, acht grote doeken uit de Woman serie en 16 pastel/verftekeningen en op 16 maart liep de New Yorkse kunstwereld te hoop voor deze opening. “Woman I” werd gekocht door het Moma en “Woman II” door Blanchette Rockefeller, daarmee werd de Kooning (eindelijk, hij was de vijftig gepasseerd) succesvol. De vrouwenfiguur in “Woman I” werd door de jaren heen een “idolum”, een afgodsbeeld. Hóe geslaagd ook, het geestesoog van de fifties zou stilstaan bij het beeld van de kunstenaar als romantisch reiziger, waarbij de weg er naar toe belangrijker was, als de achtergelaten “ansichtkaart”.

In de MoMa is de hele New Yorkse School vertegenwoordigd, niet alléén toppers, maar ook schetsen en minder bekende werken. Hetgeen meer en boeiende achtergrondinformatie laat zien dan de meestal uitsluitend getoond hoogtepunten van de Amerikaanse Abstracte schilders.
Laagdrempelig
Kunst in New York is een actieve belevenis, bezoekers lopen net zo makkelijk met hun coffee in de hand tussen de middag even het museum in. Kunstwerken en zalen worden ook geadopteerd door bedrijven en medewerkers krijgen daarmee een gratis toegang. Er wordt op de zalen opgewonden gesproken over wat wordt gezien. En het museum is ook ontmoetingsplaats en het is er alles behalve stil. Kunst is dus veel laagdrempeliger dan in Europa. Misschien komt dat ook wel omdat er in de Verenigde Staten geen subsidies zijn en kunst dus actief móet deelnemen in de maatschappij en in het marktmechanisme. Een en ander werkt natuurlijk ook bevrijdend, als kunstenaar móet je er voor gáán, en het wordt niet als commercieel beschouwd als je veel netwerkt en ook grote inspanning steekt in de verkoop van je werk. Daarbij zijn de prijzen van een heel andere orde waardoor je er ook goed van kunt rondkomen. Ik besluit ook vandaag het Guggenheim nog te bezoeken, niet alleen om dit fantastische gebouw te zien, maar omdat er juist een overzicht is van Kandinsky. Meer dan Picasso heeft Kandinsky menig kunstenaar van de New Yorkse School, en dus óók De Kooning geïnspireerd. Het Guggenheim is een levendige mix van allerlei bezoekers met de schitterende schilderijen van Kandinsky, de vorm en architectuur van het museum zorgt voor één grote ontmoeting van kunst en mensen.
Acrylverf
Een ander aspect waar ik nieuwsgierig naar ben is één van de technische uitvindingen in de schilderkunst, en in de zestiger jaren over komen waaien uit de States: acrylverf!! We kunnen het bijna niet meer wegdenken en inmiddels door de hoogstaande technische ontwikkeling gelijkwaardig aan olieverf. Golden en Liquitex zijn echte Amerikaanse merken en Golden heeft dan ook een super laboratorium buiten New York waar kunstenaars met technici onderzoek kunnen doen. Melvin legt me er het een en ander over uit. Omdat ik nu te kort verblijf zou ik hiervoor liefst veel langer terug willen komen om er een tijdje te werken en thuis zal ik dit overwegen.
In New York naar de schilderwinkels gaan is een belevenis. De “Pearl” is een Amerikaanse winkelketen en de schilderswinkel op de rand van Chinatown op Canalstreet is gelegen in een oud pakhuis en zo groot als V&D. Uren en dagen kan ik hier rondhangen, je mag overal aanzitten en alle wereldmerken verf zijn hier te koop.
De “Cremser” Uptown is een winkel vol pigmenten en staat van oudsher bekend in NY om het assortiment en de vakkennis. Dit neemt net zoveel tijd in beslag als het bezoeken van de musea.
Lofts
De vierde dag neem ik een taxi, de wereldberoemde yellow cab. Het nadeel van de goedkopere metro is dat je voornamelijk onder de grond reist. Vanuit de taxi rijd ik van Lower Manhattan, door Greenwich Village en Soho, naar Chelsea. Chelsea was in de tijd dat De Kooning daar woonde een rauw gebied vol - nu historisch erfgoed - pakhuizen. Kunstenaars konden deze etages, later lofts genoemd, goedkoop huren of illigaal bewonen. Stroom en warmte pikten ze mee van de ondergelegen bedrijven en fabriekjes. Ná werktijd was het er koud en donker.
De lofts waren vooral groot, en hadden industriële ramen, en je kon er wonen en werken. De huren lagen rond de twintig dollar per maand. Manhattan werd ook steeds chiquer en duurder en daarom alleen al zochten kunstenaars elkaar weer op in de lofts . Ze stichtten daar eigen clubs en onmoetten elkaar in de goedkope snackbars.
Het licht in Chelsea is ook vandaag helder en fel en het zonlicht bereikt er de straten. Het straatbeeld is er minder een labyrint, zonder veel wolkenkrabbers.
Vandaag de dag is Chelsea de plaats van héél véél galeries, en ook hier is kunst toegankelijk.
Galeries
De galeries zijn museaal van opzet, en er wordt naar zeggen, ondanks de crisis, erg goed zaken gedaan. Prijzen variëren van ongeveer zes á zeven duizend dollar voor een schilderij van nog niet doorgebroken maar goede kunstenaars tot enkele tientallen duizenden dollars voor de bekendere.
Er is heel veel te zien, en de grote verandering in de kunst op dit moment is misschien dat je niet langer overheersend multimedia-kunst en fotografie ziet, maar ook weer veel schilderkunst, mixed media en fraaie sculpturen. Ook het figuratieve en anekdotische, poétische en verhalende schilderen zoals je nu nog veel in Amsterdam, Rotterdam, Berlijn, Parijs en London ziet is hier inmiddels deels vervangen door het abstract schilderen! In tegenstelling tot Europa zijn hier grote galeriën die specifiek de kunst voeren van de kunstenaars met meerder culturen in hun achtergrond en dit niet etnisch maar kosmopolitisch duiden.
Moosje had me dat wel eerder verteld, en in het Amerikaanse kunstblad Artforum had ik de veranderende tendens ook opgemerkt maar nu zie ik het met eigen ogen! Schilderen mag weer, kan weer, en hét mag ook nog estetisch zijn, en hier is iets níet muticultureel (ouderwets begrip hier) maar werelds cosmopolitan and global! Ik wordt er door opgeladen, en zoals vaker in een wereldstad gaat er en extra luikje open in mijn wezen, omdat ik hier gevoed en geprikkeld wordt.
Schoolbussen
Om elf uur gaan alle galeries open en je bezoekt ze als winkels. In Chelsea is het dan ook gezellig druk. Je treft hier academiestudenten en geïnteresseerden van over de hele wereld, schoolklasjes van private schools met kleine kindjes op en top gekleed in dure merken. En ook erg rijke verzamelaars met hun hondjes in dezelfde kleding inclusief zonnebril! Maar... ook stoppen er gele oude schoolbussen met ukjes uit Harlem en Brooklyn, met een potloodje en schetsboekje in hun knuistjes. Alles hier trekt gelijk met elkaar op, galerie in... galerie uit. Ook hier stap je met je coffee binnen, en de hele wijk doet meer aan als een bedrijvig en energiek gebied dan een kunstwereld in een ivoren toren. Hier loop je tegen de nieuwste werken van Anish Kapoor en Frank Stella aan, en op straat wordt juist een schitterend en meters groot stalen en geroest werk van Richard Sierra een werkplaats binnen getakeld door twee hijskranen, meters staalkabel en acht ervaren kraanmachinisten. Voelbaar is de niet-aflatende inspanning die helpt kunst de wereld in te brengen.
Bubbeltjesplastic
Na vijf dagen lang, twee dagen in één dag te hebben geleefd pak ik mijn koffer. Moosje en Melvin brengen mij met de metro naar JFK-airport, een driekwartier durend metro-ritje. In een grote handbagagetas en met veel bubbeltjesplastic draag ik Melvin's nieuwste werk mee voor het Stedelijk Museum en het Museum in Arnhem. Ik zal het in het vliegtuig en bij mijn overstap behoedzaam bewaken, want het zijn o.a. vier kunstwerken van glasplaten. Fed Ex wil ze wel versturen maar een kunstwerk als dit verzenden naar Nederland kost maar liefst 400 tot 600 dollar! De terugvlucht zit ik met Fiona Tan, die op dit moment Nederland vertegenwoordigd in de Biënnale van Venetië, (en waar mijn kunstreis deze zomer begon...) en die met Melvin ook docent is van de Ateliers en de Rijksacademie in Amsterdam.
Na vertraging in Dublin stap ik veertien uur later mijn huis binnen met vier héle glasplaten, en met alle indrukken nog als een voortdurende en bewegende film in mijn hoofd. Ik geniet van mijn eerste Senseo'tje, wél de lekkerste koffie van deze week!
<terug ^begin pagina |