naar beginpagina
bij de opening van de tentoonstelling 'Werken rond geheugen en identiteit' - 30 oktober 2008
beginpagina/wakker worden in een verkeerd bed

Wakker worden in een verkeerd bed

Over geheugen en identiteit

Gerrit Westerveld hield een toespraak bij de opening van de tentoonstelling 'Werken rond geheugen en identiteit' van Riet Buuron en Irene Weug bij stichting Cumawo in het stadskantoor in Roosendaal op donderdag 30 oktober 2008. Onderstaande tekst is op basis van die inleiding.

door Gerrit Westerveld

Zondagochtend jongstleden. Ik werd wakker in een verkeerd bed, keek uit een vreemd raam van de vijfde verdieping en zag een bijna gesloten wolkendek.
Aan de einder probeerde de zon zich door deze deken te branden, waardoor zichtbaar werd dat onder dit plafond losse wolken met grote snelheid naar het noordoosten snelden.
Opeens een kaarsrechte streep uit het oosten, nauwelijks in grijs te onderscheiden van het grijze wolkendek. Een condensstreep van een lijntoestel. Terwijl de dag ervoor deze strepen nog als pijnlijke hard witte chirurgische incisies in de strakblauwe lucht werden gesneden.

Daaronder mijn geboortedorp, door coulissen van grijs-groenen omzoomd.
Daarvoor identificeerden zich de torenspitsen van de gereformeerde kerk, de christelijk-gereformeerde kerk, de hervormde kerk, de roomse kerk.
Fout, realiseerde ik me, die hadden inmiddels een nieuwe gezamenlijke identiteit aangenomen. Maar mijn geheugen stribbelde tegen.
De zon moest het opgeven, redde het niet.
De prachtige oranjerode kwaststreken aan de horizon waren verdwenen en werden opgenomen in een egaal grijsblauw vlak.
Op de voorgrond nog het bijna stilstaande wollige wolkje, tussen andere gejaagde kleine wolken, waarover mijn geheugen vertelde dat het een residu was van de harde condensstreep.

Ik was op bezoek bij mijn moeder en had een slaapplaats in het verzorgingstehuis waar zij woont.
Zij zou me dadelijk blij verrast begroeten, alsof ik er de vorige dag al niet was, op haar eigen kamer, waarvan wij hadden geprobeerd om die enigszins de identiteit van haar gezellige voormalige woonkamer te laten aannemen.
Mijn identieke gastenkamer, net zo klein, leek nog kleiner, hoewel daarin slechts enkele meubelstukken stonden, met een verkeerde poster aan de muur. Het leek of alles was gedaan om deze kamer zijn identiteit te ontnemen.

Daar, op die plek ontstonden de fragmentarische flarden die samengevoegd zouden worden tot deze tekst.
Gedetailleerde gedachtenwolken, snelden aan mijn denkraam voorbij. Van de mooie beelden en bruikbare gedachten heb ik slechts enkele beelden en gedachten kunnen vangen voor dit verhaal, want ze waren alweer voorbij, uit beeld, opgelost omdat ze niet in mijn geheugen werden vastgelegd of tijdig opgeschreven.

anoniem
ID CS34T6960 en ID NH97DJ4834 kennen deze situaties ook heel goed. Zij hebben dit op hun manier als uitgangspunt gekozen en deel laten uitmaken van hun werk. Ieder op haar eigen wijze, heeft haar eigen raam getimmerd om de beschouwer een uitzicht en inzicht te bieden op een intieme innerlijke wereld van individuen en de samenleving.

De tentoonstelling 'Werken rond geheugen en identiteit' vindt plaats op een plek waar deze nummers bedacht en voor altijd vastgelegd worden, of je wilt of niet, om daarmee een fictieve wereld te creëren van individu en samenleving met het doel dat we daardoor beter samen kunnen leven.

Zo probeert de overheid ons menselijk te dienen en te bedienen door ons anoniem te maken.
Daarentegen probeert iedereen met alle kracht en beschikbare middelen zichzelf vorm te geven en te profileren als een onverwisselbaar uniek mens, met alle noembare en onnoembare eigenschappen.
Ik wil geen nummer zijn, maar de mens die ik ben, zoals ik hier sta.

Riet Buuron en Irene Weug hebben eigen vormen gezocht en gevonden, bedacht en gemaakt om deze werkelijkheid voor zichzelf en de beschouwer zichtbaar te maken.
Hiermee kan men de eigen visie en plaats in deze samenleving overdenken, bepalen en herbepalen, met ieders eigen individuele karakter, eigenschappen, vaardigheden en gebreken.


Werk van Riet Buuron. (foto: Hendrik Boot)

Alzheimer
Riet Buuron heeft in haar situatie, vanuit haar levensomstandigheden en kunstenaarsschap, vorm willen geven aan wat zij op haar pad tegenkwam en tegenkomt.
De brieven die zij aan wijlen haar moeder richt die aan Alzheimer leed, waar het niet uitmaakt of ze in woorden geschreven zijn of in frêle metalen kubusjes met een ruwe verfhuid als drager. De intentie en zeggingskracht blijven hetzelfde als in het gesproken of geschreven woord.
Wij mogen met haar meereizen en deelnemen aan haar ervaringen van verdriet en gemis, maar ook van blijheid, berusting en vertrouwen.
Om te kunnen ervaren en begrijpen wat er in de gefragmenteerde en verloren gedachtenwereld van een Alzheimerpatiënt omgaat en wat het doet met een familielid of vriend die daarbij betrokken is.
Voor ons als toeschouwer is dat niet makkelijk. Maar als we daar moeite voor doen zullen we dat kunnen mee-ervaren.
Riet heeft deze doorkijkjes voor ons gemaakt en gevangen in haar schilderijen, kastjes en objecten. Zij leidt ons binnen in die wereld. Vanuit het samengaan van haar artistieke vaardigheden en privé-werkelijkheid. Daar waar haar werk onlosmakelijk verbonden is met en voortkomt uit haar leven, vormt het een eenduidige identiteit.


Werk van Irene Weug en Riet Buuron op de tentoonstelling. (foto: Hendrik Boot)

hol van de leeuw
Irene Weug is met haar ensembles op deze locatie wel in het hol van de leeuw beland.
Ze wil dit geen installaties noemen. Deze dwarsigheid prikkelt mij hevig. Maar het gaat me te ver en het is te technisch om deze identiteit hier eens flink door te ploegen en voor altijd vast te leggen. Met een officieel stempel erop van de gemeente Roosendaal.
Mijn korte geheugen, niet aangetast door Alzheimer of een goeie joint, vertelt me dat ze hier ter plaatse wel wat anders aan hun hoofd hebben.
Het hol van de leeuw dan.
Irene doet hier alles, en niet voor de eerste keer, tegengesteld aan wat de overheid in dit gebouw bedenkt, van plan is en uitspookt. In plaats van interessante mensen van vlees en bloed te vangen in een ID-nummer om daarmee vanuit grijze metalen kasten en computers een ideale samenleving te manipuleren in opdracht van ons allemaal.

Nee maar, wat een negatieve kijk op de werkelijkheid!
En je hebt alweer een nummertje getrokken voor de loketten om een geboorte, huwelijk of overlijden te melden. Of het begeerde rijbewijs of paspoort te bemachtigen.


Werk van Irene Weug op de tentoonstelling. (foto: Hendrik Boot)

de laatste keer afgedroogd
Ja maar, zeg ik dan, kijk eens hoe Irene uit een onooglijke zo te zien anonieme handdoek de essentie van het leven weet te peuren.
Een handdoek die voorbestemd was om in de voddenmand te verdwijnen wordt ontleed, benoemd, geregistreerd en geïndividualiseerd om zo een nieuw leven te leiden als een zacht monument voor die ene unieke mens. Ook geboren, gespeeld, gewerkt, getrouwd, in de zon gelegen, gelachen, gezwommen, gehuild, verpleegd of overleden. Daardoor herbergen deze doeken weer de mensen die ze toebehoorden met een onvervreemdbare identiteit.
Omdat Irene ze heeft gedetermineerd en beschreven en in haar ensemble heeft opgenomen om als individuen samen verder te gaan. Niet onzichtbaar in een archief maar deel uitmakend van een wisselend ensemble. Om steeds weer in andere gedaantes op te duiken om zich aan het publiek te tonen als kunstwerk en monument.
Daar ontmoeten ze elkaar weer in een nieuwe omgeving, niet in archiefkasten maar hier ter plaatse in persoonlijke houten kasten, waar ze nieuwe groepen vormen, feminien en masculien, nationaal en mondiaal. Zacht en stevig bij elkaar gehouden door een dun, maar sterk metaaldraadje, sterk genoeg om de identiteit nooit meer prijs te geven. Soms is de inhoud uitbundig en bewaart het de geile vrijpartij die erop plaats vond. Een andere keer bewaart het het intense verdriet waarmee een dode de laatste keer werd afgedroogd.

En alle denkbare momenten daartussen.

<terug ^begin pagina