Verslag vanuit Singapore
Een paar jaar geleden, tijdens een eerder lang verblijf in deze kosmopolitische plaats, bleek er enorm veel te ontdekken op het gebied van de eigentijdse kunsten. Dat was tijdens de SARS-periode en de stad was toen half verlamd. Het toerisme en de economie liepen destijds ten gevolge van SARS met meer als de helft terug. In deze periode lag de nadruk op surviven , en in de musea was het stilletjes, lezingen gingen vaak niet door en ook ik werd driemaal daags gecontroleerd op koorts en SARS. Het was vooral rustig, wat het ook weer makkelijk maakte om van alles te onderzoeken en te bekijken. Deze keer is Singapore een drukke metropool, een drukte van jewelste. Nu is het in de rij staan bij de taxistops, de metro, de supermarkt en er ligt zelfs vuilnis op straat waar 's avonds de ratten tussen snuffelen.
Lucky me ... dus… want de ontwikkelingen in Singapore zijn ook op beeldend kunstgebied vandaag de dag beweeglijk, divers en gelaagd. De eerste dagen blijkt de Singapore Art Gallery Guide een handig boekje te zijn. Naast plattegrondjes en adressen van musea en galeries en allerlei praktische informatie, staan er ook de adressen in van alle - en dat zijn er veel - beroeps beeldend kunstenaars, informatie over lezingen en colleges en Artifakt, het Arsis van Singapore! Verder alle gelegenheden die je bij kunt wonen als “foreign artist” , één van de weinige keren dat ik mijn internationale Kunsten-FNV-bondskaart kan gebruiken. De eerste dagen heb ik gebruikt om in kaart te brengen wat ik wil gaan zien, wat ik wil bevragen/onderzoeken en hoe ik dat aan ga pakken. Verder heb ik in de eerste dagen verschillende schilderszaken bezocht om verf, papier, kwasten en schetsboekjes aan te schaffen. Gelukkig verblijven we weer in hetzelfde hotel - waar geschilderd mag worden - midden in het centrum, “midtown” . (Je heb hier downtown - dat is Chinatown, uptown - Little India en de Maleische en islamitische wijken en midtown - het centrum, waar de meeste musea en winkels zijn.) Het hotel is zo gelegen dat het nog lopend te doen is om naar musea, galerieën of lezingen te gaan. De structuur en de weg binnen deze stad ken ik inmiddels aardig, de taxistops en metrostations ook, en ik weet waar je de beste Chinese kwasten koopt en dat je bij Artfriends-schilderzaken korting krijgt. Eten doe ik liefst op straat, bij de Chinezen in het oude Chinatown of in Arabstreet bij de moslims en soms in Little India. Sociaal heb ik geen problemen, uiterlijk lijk ik op de Singaporees en het gebeurt bijna dagelijks dat ik als local wordt aangesproken of mij de weg wordt gevraagd door toeristen. Iedereen spreekt hier steenkoolengels met veel “pews” , “tink” en “tanks”. Om iets gedaan te krijgen spreek ik vanuit mijn Aziatische deel en daarmee heb ik meestal zo contact of aansluiting. Terug naar de kunsten, een van Singapore's karakteristieken zijn diversiteit en contrasten die op allerlei niveaus te vinden zijn binnen hetzelfde raamwerk en dezelfde tijd. Verschillende culturen, talen en systemen werken, spelen en slapen samen. Wijken bestaan uit oude tempels en oude gebouwen met daartussen wolkenkrabbers en futuristische architectuur. Generatie op generatie worden verhalen, tradities en rituelen doorgegeven en ook nu dagelijks gepraktiseerd, terwijl op economisch en creatief gebied trends worden gezet en men “global-minded” is. Hetzelfde geldt voor de natuur, keurig moderne landschaparchitectuur tot dichte mangrovebossen met lianen. Al deze zaken beïnvloeden de kunstenaar hier. Veel kunst komt voort uit de Nanyang traditie. Nanyang kunst werd rond 1930 ingebracht door de Chinese immigranten die in Singapore aankwamen met de grote immigratie van China naar Singapore. De Nangyang kunsttraditie verbeeldt in thema de mens en zijn relatie en beleving tot zijn land, het landschap. Verder de traditie van het Chinese kalligraferen, daarvoor kun je hier lessen volgen. Daarnaast de Indiase kunst en haar symbolisme en typisch kleurgebruik.
Het eerste college wat ik daarover volg vindt plaats in het S.A.M , het Singapore Art Museum. Twee kunstenaars houden eerst een lezing over hun werk en daarna wordt er samen over gefilosofeerd en bevraagd. Worstelend met de traditie, sociale cohesie en het ambacht, en in dit geval is dat de batikmethode, hun “tool” en medium, vragen zij zich af wanneer iets gemaakt met ambachtelijke methodes en vanuit een culturele traditie nu kunst is en wanneer niet. Zij ervaren het loslaten van oude technieken als het gedeeltelijk verlies van hun cultuur en de bijbehorende tradities en vragen zich ook af of wanneer je een goedgeslaagde batik inlijst dit nu kunst is of niet. Met z'n allen worden de vraagstellingen van allerlei invalshoeken bekeken, het vraagstuk oplossen dat hoeft niet, het gaat er hier om er samen over te praten, legt de professor uit. Singapore is een samenleving waarin kinderen vanaf erg jong volgestopt worden met kennis door stampwerk, reproduceren van het geleerde is geen probleem, maar het zelf vormen van een gedachte en mening is daarentegen wél moeilijk. De professor legt uit dat juist voor het vormen van een eigentijds kunstenaarschap en de ontwikkeling van de beeldende kunst dit zelf denken een deel vormt van autonomie en dus ook je identiteit vormt. Voor westerlingen, Europeanen opgegroeid met Aristoteles en Plato en met een eeuwenlange traditie met betrekking tot de ratio, het redeneren, en uit een ik-gerichte samenleving afkomstig, moet dit vreemd in de oren klinken. Voor de kunstenaar hier is het een ingewikkeld vraagstuk, de band die mensen voelen met cultuur en culturele voorwerpen die symbolisch van hen zijn, omdat ze zijn geproduceerd in een betekeniswereld die hun voorvaderen hebben gecreëerd - de band met kunst via identiteit - is heel sterk. Die moet erkend worden. Een band - een band die wordt genegeerd als men spreekt over cultuur en traditieoverdracht - is de band die níet via de identiteit loopt maar óndanks verschillen loopt.We kunnen dan op kunst reageren die niet uit onze cultuur of denkbeelden is ontsproten. Je kan eigenlijk alleen volledig op kunst reageren wanneer je niet stopt bij het idee dat het past binnen jouw denkwereld, traditie of cultuur, maar het ándere ook gaat beschouwen en bevragen als kunst. De band via plaatselijke identiteit is even denkbeeldig als de band via de mensheid. De band die een Aziaat voelt met de traditie, zoals die wordt gevoeld, is er een die wordt gemaakt in de verbeelding, maar dat betekent niet dat die banden niet bestaan. Ze behoren juist tot de meest wezenlijke banden die we kennen. Kunstenaars die hier het goed doen, hebben naast NAFA/academie vrijwel allemaal nog in New York lessen gevolgd. Ook New York is natuurlijk een immigrantenstad waarbinnen veel diversiteit in allerlei gelaagdheden voorkomt en die net als Singapore door immigratie zoveel uitersten en contrasten in zich heeft. Op het gebied van de schilderkunst heeft het Abstract Expressionisme van de New Yorkse school, De Kooning, Rothko, Pollock, Kline schilders uit Singapore beïnvloed. De fascinatie ligt in het energieke en spontane gebruik van verf om gevoelens en de niet tastbare wereld uit te kunnen drukken. Voor een Aziaat kan de spirituele wereld net zo groot zijn als de tastbare wereld en deze leeft op dezelfde plek. Herkenbaar weliswaar vanuit een andere levenswijsheid zijn ook zaken als “het ik overstijgen, door vormloosheid”, Jackson Pollock en het transcendente schilderen, wat zou kunnen refereren aan het boeddhistische , hindoeïstische en taoïsme . “Vorm is leegte en leegte is vorm”, het abstract expressionisme bood en biedt ook de ruimte om te experimenteren en om tot syntheses te kunnen komen tussen bijvoorbeeld Chinese inktschilderkunst en westerse technieken en geeft daardoor mogelijkheden om tot een eigen beeldtaal te kunnen komen.
Een van de grote Singaporese schilders is Wong Keen, en afgelopen dagen heb ik meerdere keren zijn overzichtstentoonstelling bekeken. Inderdaad is er veel overeenstemming - behalve het kleurgebruik en de themakeuze - met het werk van De Kooning. Het oosters kleurgebruik kenmerkt zich misschien door het gebruik van zwart, als kleur en als licht, en allerlei variaties van smaragdgroenen en blauwen. Spierwit om iets op te lichten wordt nauwelijks gebruikt, daarvoor wordt gebruik gemaakt van het beige titanium buff, lila als een zweem van licht, lichtblauw of heel zachtgroen als reflectie of schaduw. Er is dus bijzonder veel te ontdekken, te bekijken, te onderzoeken en te delen op het gebied van de kunst en de ontwikkeling van de eigentijdse Aziatische kunst, waarbij het specifieke van Singapore de mix van cultuur in de achtergrond is. Ik hoop dat als ik thuis ben dit inspirerende en vruchtbare bezoek zich zal uitfilteren en tot een dieper onderzoek binnen de beeldende kunst kan leiden met uiteindelijk misschien een studiereis… Afsluitend met een van de uitspraken van collegakunstenaars van Artyfakt voor Arsiskunstenaars: Art is glorious light Voor achtergrondinformatie zie www.sagg.com.sg |